Bacteriologisch onderzoek
Streptococcus agalactiae
Voorkomen
Streptococcus agalactiae kan uitsluitend in de melk overleven en is dus een typische uiergebonden kiem. Deze mastitisverwekker is in Vlaanderen zo goed als uitgeroeid. Overdracht van bacteriën van het ene kwartier naar het andere of van de ene koe naar de andere vindt bijna uitsluitend plaats tijdens het melken.
Ziekteverloop en klinische verschijnselen
Infecties van het uierweefsel door Streptococcus agalactiae veroorzaken chronische uierontstekingen die vaak gepaard gaan met klinische opflakkeringen. De infecties resulteren in een sterke stijging van het celgetal en een aanzienlijke vermindering van de melkproductie en melkkwaliteit. De infecties genezen zelden spontaan en de bacterie blijft meestal in de uier aanwezig tot er behandeld wordt.
Behandeling
Streptococcus agalactiae is erg gevoelig aan penicillines. Koeien met een (sub)klinische uierontsteking veroorzaakt door Streptococcus agalactiae worden dus bij voorkeur behandeld met een penicillinepreparaat.
Preventie en controle
Streptococcus agalactiae kan op een bedrijf worden uitgeroeid door:
- Gelijktijdig alle met Streptococcus agalactiae geïnfecteerde koeien gedurende 5 opeenvolgende dagen zowel in de nek als in de uier te behandelen met een penicillinepreparaat (= “blokbehandeling”).
- Een optimale melktechniek toe te passen: droog voorbehandelen en zorgvuldig dippen na het melken.
- Alle koeien droog te zetten met langwerkende antibiotica.
- Elke koe met een klinische uierontsteking snel en minstens 1 dag langer dan de symptomen zichtbaar zijn te behandelen.
- Chronisch geïnfecteerde koeien zo snel mogelijk af te voeren.
- Het celgetal van de koeien regelmatig en systematisch te laten bepalen en stalen voor bacteriologisch onderzoek te nemen van de koeien met een verhoogd celgetal.








